Zo’n marathon: is dat nou leuk?

IMG_0606
Ging het goed? Heb je genoten? Was het leuk? Een aantal vragen die vaak gesteld worden na afloop van de marathon. Zondag 8 november liep ik mijn 2e marathon. Nadat ik in april in Rotterdam mijn 1e marathon had gelopen, leek me de Berenloop een mooie uitdaging. Want ‘de Berenloop staat bekend als 1 van de zwaarste marathons van Nederland’. Nou, klinkt fantastisch toch! 🙂

Maar goed, de hamvraag. Was het leuk en heb ik genoten? Ja, ik heb genoten. Van het leuke weekend met gezellige mensen. Genoten van het evenement. Genoten van de lieve vrijwilligers die in weer en wind met water, sportdrank, banaan en koek klaarstonden. Genoten van het eiland. Genoten van de toeschouwers in de dorpjes. Genoten van het fantastische parcours. Genoten van het gezelschap onderweg, met een groepje mannen waar ik mee kon lopen. En de Duitse meneer die steeds probeerde mij aan te laten haken. Sport verbroedert, bleek maar weer eens onderweg.

IMG_0557

Foto met dank aan Sanne Witten en Lia Schepers

Maar oh, ik heb ook keihard NIET genoten van de laatste 10 km. Rond de 32/33 km ging het parcours het strand op bij Midsland aan Zee. 3 km strand. 3 km van de 42 km totaal: goed te doen op zich. Maar na 33 km, waarbij ik gemiddeld 4:47 liep per kilometer, het strand op en 3 km met tegenwind is best pittig. Bordje van 36 km. Nog ruim 6 km te gaan. 6 kilometer is 6000 meter. Niet handig om het zo uit te rekenen, zo lijkt het nog verder! Ik was leeg en op toen ik het strand af kwam. Al veel gegeven, omdat ik wilde proberen een PR te lopen. Ik kreeg het koud, benen begonnen te tintelen. Mijn hartslag ging naar beneden. Duidelijk mijn reserves aan het aanboren…Bij de drinkpost net na het strand water, cola en een stuk banaan naar binnen gepropt.  En doorrrr. De Duitse meneer probeerde mij te motiveren om nog te versnellen. Er liep een dame voor ons, die konden we wel even inhalen. Versnellen…. Hoe haalde hij het in zijn hoofd ?!

Hoeveelste marathon was dit, vroeg hij. Twee vingers in de lucht, praten leek me niet zo handig. Alle energie nodig om vooruit te komen. De Duitse meneer had door dat ik op was. Deed nog alle mogelijke moeite om een gesprek aan te gaan, om mij af te leiden, om mij te motiveren. Ik liep als een zombie achter hem aan. Er hadden wel 20 roze olifanten langs het parcours kunnen staan, ik had ze niet gezien. 38 km. Nog 4 km! Hoe kom ik die in godsnaam door? Waarom doe ik dit? En heb ik echt zelf bedacht dat ik volgend jaar maart de 50 km Salland Trail wil lopen? 50 km? Waarom? Zelfs bij 40 km denk ik nog even aan stoppen. Ik kan niet meer. Maar er volgt een goed gesprek met mezelf. 40 km! Dan ben je er bijna, dan ga je niet meer stoppen! Gevoelsmatig heb ik de laatste 4 km gekropen, als een slakje over de weg. Maar kijk ik later naar de statistieken van dat laatste deel, dan valt dat reuze mee. Hoe ik het voor elkaar heb gekregen om überhaupt nog tempo te houden, ik heb geen idee.

38 km 4:59
39 km 5:06
40 km 5:13
41 km 5:08
42 km 4:59

Waarom toch zo die grens opzoeken? Ik ben prestatiegericht. Niet altijd. En niet op elk moment. Maar wel op die momenten, waarvan ik denk dat ik er meer uit kan halen. Ik wil het in elk geval proberen. Kijken of ik sterk genoeg ben. Niet proberen geeft sowieso geen voldoening. De grens is zondag opgezocht. En ik heb mijn eigen grens een heel eind opgeschoven. Daar ben ik achteraf dus trots op. Niet eens op mijn tijd, of het feit dat ik een PR heb gelopen (ja, het lukte ook gewoon nog! Op een zwaarder parcours als R’dam ruim 1,5 minuut sneller met een eindtijd van 3:26:28). Ik ben trots op het feit dat ik niet huilend in de berm ben gaan zitten (oh, wat had ik daar zin in). Maar doorlopen, omdat je weet dat je uiteindelijk daar de meeste voldoening uithaalt. En simpelweg, omdat je met door lopen nou eenmaal het snelste bij de finish bent, dat ook 🙂

_RDK4948

Foto met dank aan Rick Wildeman

Was het dus leuk en ging het goed? Ja, het was zeker leuk. “Leuk” is te klein om het gevoel te omschrijven. Direct na de finish ben ik naar de EHBO gegaan. Ik kreeg een isolatiedekentje, een kopje thee met suiker. En toen zag ik mijn lieve mede-Berenlopers staan, die een beetje bezorgd keken hoe ik er aan toe was. Gelukkig was ik heel snel weer opgeknapt. Met de tandem terug gefietst naar Midsland en daar ’s avonds lekker gegeten. Eigenlijk was ’s avonds het scherpe randje van het afzien er al weer af. Was ik bijna vergeten hoe heftig die emoties waren de laatste drie kwartier.

En zag ik zondagavond dat ik 9e dame was geworden in het totale deelnemersveld, met 8 wedstrijdloopsters voor mij. Dus van de 66 vrouwelijke recreanten, zelfs 1e vrouw. Pochen doe’w normaal niet zo in’t Oosten van het land. Maar af en toe mag je best trots zijn op jezelf 🙂

(Voor de liefhebbers van statistieken hier het verloop van de wedstrijd te zien op Strava: https://www.strava.com/activities/429379983)

PS: ik hoop niet dat ik mensen afschrik die ooit een marathon willen lopen. Want je hoeft niet zo naar de kl*ten te gaan natuurlijk, je kunt ook rustiger lopen 😉 Dus bij twijfel: doen, doen, doen! Juist omdat je iets doet, wat niet makkelijk gaat. Het geeft zoveel vertrouwen dat je dan andere dingen in je leven, die moeilijk gaan, ook aan kunt. Dat klinkt misschien wat zweverig, maar anders kan ik het niet omschrijven.