Groet jij of groet ik?

Groet jij of groet ik?

Wie mijn berichten op Facebook leest , weet dat ik me al langer bezig houd met dit fenomeen:: de (niet) groetende medemens. In de vakantieperiode heb ik al eens een poging gedaan om de toeristen op te voeden, zie mijn eerdere Facebook-post. 

Maar inmiddels zijn we een paar maanden verder en tijdens alle kilometers die ik maak heb ik toch tijd genoeg om na te denken. Dus ik heb de boel even geanalyseerd en een indeling gemaakt  🙂Moi!

  1. De medehardlopers: vaak geen uitbundige taferelen, maar wel een beheerst knikje. Kort oogcontact, want he, we begrijpen elkaar wel.
  2. De medefietsers: als je rondom Holten aan het lopen bent, kom je ook veel fietsers tegen. Mountainbikers, wielrenners of gewoon recreatieve fietsers. Vaak zijn de mountainbikers iets vriendelijker dan de racefietsers. Of die zijn al in Nijverdal, tegen de tijd dat ik hoi zeg, waardoor ik hun “hoi” niet hoor. Dat zou ook kunnen. Vooruit, ik geef de mensen op een racefiets nog even het voordeel van de twijfel. De recreatieve fietser komt nog terug bij type 6….
  3. De ‘hoi-hoi’ groeter: altijd vriendelijk, wacht niet af tot jij als eerste hijgend hoi zegt, maar neemt zelf het initiatief. In een goede bui krijg je zelfs nog wat succceskreten achterna geroepen.
  4. De ‘hoi-hoi-ik-denk-erg-grappig-te-zijn’ groeter: lijkt op type 3, maar maakt leuke grapjes. Denken ze. Ik doe net alsof ik lach en mompel na 10 meter ‘heus niet grappig’.
  5. De ‘ik ben wel vriendelijk, maar begin jij maar’ groeter: titel verklaart alles. Geen onaardige mensen, maar zeggen niet als 1wat. Even afwachten of de hardloper zelf wat zinnigs uitkraamt.
  6. Het ‘ANWB, 2 voor de prijs van 1’ stelletje: vaak een ouder stel, bij voorkeur met dezelfde jassen aan. Bij deze groeters doet zich wat leuks voor: de man in het gezelschap is vaak vriendelijk en bekijkt de boel even van top tot teen. Blijft in de zomerperiode vaak bij de benen hangen, want he, das lang geleden dat ze benen hebben gezien zonder rimpels! De vrouw bekijkt de boel ook van top tot teen, maar trekt daarna een afkeurend gezicht, omdat ze vindt dat je altijd met een lange broek aan moet lopen. Denk ik. Vaak kan er een zuinig lachje van af als ik heel overdreven ‘hallo’ zeg. Als ik eenmaal uit beeld ben, spreekt de vrouw vast schande van mijn zomerse outfit en zegt tegen haar man ‘dat kind krig nog een keer bloasontstekking, wat denk ie Gait?’
  7. De puber. Deze is ook in te delen in twee categorieën:
    1. De puber alleen. Deze kijkt van te voren precies wie er aan komt en of hij/zij diegene kent. Maar als je vlakbij bent, kijken ze de andere kant op of er komt een hele zachte hoi uit, waarna ze gauw weer recht voor zich kijken.
    2. Meerdere pubers, samen op weg naar school of huis. Samen sta je sterk, dus dan durven ze vaak van alles te zeggen. Lollige opmerkingen over looptempo’s, hoofdlampjes of ‘lekker bezig’ kreten. Ik vergeef het jullie pubers, zelf was mijn lievelingskreet toen ik 13 was: ‘als je harder loopt, ben je eerder over’. Vond ik toen ook hilarisch. Daar groei je wel weer over heen. Het komt goed.
  8. En tot slot: de beroepschagrijn. Staat ’s ochtends op met een glas azijn. Eet daarna vier citroenen en houdt dit zure gezicht daardoor de rest van de dag vast. Kan geen hoi vanaf. Zeker geen lachje. Eigenlijk ook wel mooi dat deze types er zijn, ik voel me altijd erg opgewekt daardoor 😉

Mocht ik nog types vergeten zijn, aanvulling is van harte welkom! Dan heb ik de komende maanden tijdens de marathonvoorbereiding ook weer lol onderweg 🙂