Even een boodschapje doen…

dzb1vsBoodschappen doen. Naar de supermarkt gaan. Op zich vind ik er niets aan, dat fenomeen boodschappen doen. Je pakt iets uit het schap. In de kar. Uit de kar. Op de band. Van de band weer in de kar/tas. In de auto. Uit de auto. Uit de tas. In de kast thuis. Kortom: toestand! Maar goed, aangezien eten naast hardlopen mijn grootste hobby is moet je weleens wat. Harm vindt er ook geen klap aan en gaat altijd veel te hard door die winkel heen. En als Harm mee gaat, zijn er ineens dingen in onze kar gekomen. Blijkbaar springen er soms spontaan leverworsten en zakken chips in onze kar. Assertieve leverworsten, waar zie je ze nog. Nou, in Holten dus ;). En waarom ze het SUPERmarkt hebben genoemd snap ik ook niet. De meerderheid van de bezoekers lijkt geen super humeur te hebben.

Maar goed, ooit heb ik besloten dat het zonde is om mijn humeur te verpesten door het wekelijkse ‘uitje’. Sindsdien kijk ik rustig om me heen met boodschappen doen, heb ik heel veel binnenpretjes en kan ik er wel een blogje over schrijven (een boek zou overdreven zijn).

Laatst heb ik al een poging gedaan om de (niet)groetende medemens te analyseren. Deze keer de supermarktbezoekers. Ik mis vast nog typetjes, dus aanvulling is welkom 🙂

  1. De toerist: rond Pasen, Pinksteren en in de zomermaanden aanwezig bij de Appie. Kenmerken in de zomerperiode: weinig kleren aan, (te) bruin en de weg kwijt in de supermarkt. Kris kras banen ze zich een weg door de supermarkt en ondanks dat ze genoeg tijd hadden om van te voren te overleggen wat ze nodig zijn, overleggen ze graag in de supermarkt. “Schahat, hadden we genoeg ketsjup in de kerreven?
  2. De hulpeloze man: is op pad gestuurd door zijn vrouw. Tuurt elke 30 seconden op het briefje dat hij mee heeft gekregen van zijn vrouw. Loopt op de groenteafdeling een half uur te zoeken naar mierikswortel (verdorie, blijkt in een potje te zitten en bij de sauzen te liggen) en weet niet hoe snel hij weer bij de kassa moet komen.
  3. De arme man die mee moest van zijn vrouw: veel erger dan type 2. Bij type 2 loopt de man tenminste alleen en kan zijn eigen tempo bepalen. Bij type 3 loopt de man achter de vrouw aan. De vrouw loopt met flinke pas door de winkel en de man erachteraan met z’n karretje. De vrouw weet wat ze nodig is, de man heeft geen idee. Dus zegt de man op enig moment: “He foi, zeg dan eem wa’j zuukt, dan kan ik met zuuk’n”.
  4. Druk druk – geintje natuurlijk: deze mensen zijn heel erg druk. Want dat zeggen ze ’s ochtends heel vroeg tegen de ander. “Mooi op tijd op pad, want ik moet nog zoveel doen vandaag”. (en ik kan het weten, want ik ben als Desperate Housewive vaak al om half 9 bij de Aldi en voor 9 uur bij de Albert Heijn op zaterdag en dan hoor ik dat allemaal :-)). Vervolgens staan ze nog een half uur te beppen en kan er geen mens langs in het gangpad. Zoals mijn vader zegt: “Foi foi, goa dan gewoon bie mekare op de koffie!”. Amen.
  5. Knijpen-knijpen-niet kopen: iedereen maakt zich hier weleens schuldig aan denk ik, maar niet meer doen mensen! Vooral mango’s zijn vaak het slachtoffer. Beetje knijpen in alle mango’s en ten slotte besluiten om een tros bananen mee te nemen. Alles wat je aanraakt, moet je opeten zeggen ze altijd tegen kleine kinderen. Dus vanaf nu: je mag maximaal in 1 andere mango knijpen, dan degene die je in je karretje stopt: afgesproken?
  6. Het-geet-weh: mijn favoriete bezoekers. Het mooiste zijn twee oude mannetjes. “Moi Gait, hoe geet met oe? Mwooh Tone, ik mag niet klaag’n……..” En dat gaat het los mensen. “Sinds gistern hek’t slim in de rugge. En mien grote teen dut ok gruwelik zeer. En foi foi, die warmte he van de letste daag’n, ik kan d’r nie wehn. “Geet mie net zo Gait! Ik blieve met disse hitte liever binn’n. Eem wat boschopp’n hoal’n en gauw noar huus. Karnemelk ku’j beste drink’n met dit weer”. Goodgoan! Goodgoan!

Als ik zaterdag weer op pad ga en nieuwe typetjes tegen kom, zal ik het verder aanvullen. Beloofd 🙂